Project Description

Klaas Gubbels

Het gewone, in de meest pure vorm die je kunt bedenken. De hoofrolspelers in het oeuvre van Klaas Gubbels (Rotterdam, 1934) zijn een koffiepot en een tafel. “Ik heb een beperkt aantal onderwerpen. Ik ben eigenlijk bijna totaal intuïtief. Ik laat het op me afkomen. Alles, alles, alles.”

In de schilderijen van Gubbels is de koffiepot – door hemzelf meestal ketel genoemd – als het ware een personage. Hij zit op een stoel aan een tafel of ontmoet in het platte vlak andere bontgekleurde ketels. De uiterlijke kenmerken van de koffiepot lopen uiteen: een dubbel handvat, de vorm van een hart, meerdere tuiten en zelfs benen. Gubbels zegt het eentonige uit te willen buiten. Dus is het onderwerp keer op keer hetzelfde. Het werk daarentegen is altijd anders. Gubbels verwoordt het als volgt wanneer hij spreekt over zijn serie Super saaie stillevens: “Ik wil bewust dat saaie omdraaien. Dus dat het saaie iets is.”

Wat poets je wel weg en wat niet? Gubbels wikt en weegt of hij de houtskoollijnen, die soms naast de contouren van de geschilderde vlakken lopen, al dan niet weg moet halen. Hij is niet voor het mooier maken van een schilderij. “Achterlijke, strenge regels” – Gubbels eigen woorden – weerhouden hem ervan. Een schilderij moet in principe blijven zoals het is; esthetiek mag geen leidraad zijn.

Het beperkte aantal onderwerpen dat Gubbels als uitgangspunt neemt, bestaat naast de tafel en de koffiekan voornamelijk uit een stoel, kopje en af en toe een fles of trechter. De ene keer geschilderd in helder blauw of vlammend rood, dan weer in sobere grijstinten.